Nu we gered zijn door genade alleen en in Christus alleen, moeten we dan nog steeds goede daden doen en Gods Woord gehoorzamen?


Ja, want wanneer Hij ons gered heeft door Zijn bloed, vernieuwt Jezus ons ook door Zijn Geest; zodat wij in onze levenswandel liefde en dankbaarheid mogen tonen aan God; zodat we verzekerd mogen zijn van ons geloof door haar vruchten; en zodat door ons godvruchtig gedrag anderen gewonnen mogen worden voor Christus.


1 Petrus 2:9-12

9 Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; 10 Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontfermd zijt geworden. 11 Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel; 12 En houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen; opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij uit de goede werken, die zij in u zien, God verheerlijken mogen in den dag der bezoeking.

Gebed Volwassenen

Er is zoveel genade in het hart van God voor Zijn volk, en Jezus Zijn Zoon heeft door Zijn bloed zo voor ons ruimte gemaakt dat we ervan kunnen genieten, en er voor eeuwig ons voordeel mee kunnen doen. Tot dat doel is deze goedheid geopenbaard: “Laat Israël hopen op de Heere; want bij de Heere is genade, en in Hem is verlossing in overvloed.” Hoop! Wie hoopt niet om het eeuwige leven te genieten? Zouden de kinderen van God maar zien waartoe ze geboren zijn, en hoe getrouw de God van de waarheid zal zijn aan wat door Zijn woord gesproken is en ze uit Zijn handen zouden verwachten, dan zouden ze vurig en met vreugde hunkeren om bij Hem te zijn, Die hun leven is, hun deel, en hun glorie voor eeuwig. We belijden wel, maar kijken niet uit naar de komst van de dag van God; we belijden het geloof, maar door het leven dat we leiden tonen we aan hen die het kunnen zien, hoe weinig dit betekent in onze harten. Moge de Heere ons zo leiden dat wij de macht over de dingen uitoefenen; dan zullen de deugden van Hem die ons gered en geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht en de gunst van het kennen van Hem, op een hele andere manier dan nu aan anderen bekend worden. Amen.

Commentaar

Zoals de aarde geen vrucht voortbrengt zonder dat er eerst regen uit de hemel moet vallen; zo is het ook bij rechtvaardigheid door het houden van de wet; zelfs als we veel doen, doen we niets, en in het voldoen aan de wet beantwoorden we er niet aan, behalve als we eerst gerechtvaardigd zijn door de rechtvaardigheid van Christus, wat geen deel uitmaakt van de rechtvaardigheid van de wet. Maar deze[christelijke] rechtvaardigheid komt uit de hemel; we hebben deze niet van onszelf, maar ontvangen haar uit de hemel; we werken er niet voor maar door genade wordt zij in ons gewerkt en wordt het begrepen door het geloof. Hoezo, hoeven wij dan niets te doen? Hoeven wij geen werken te doen om deze rechtvaardigheid te verkrijgen? Mijn antwoord: helemaal niets. Want dit is de volmaakte rechtvaardigheid: niets te doen, niets te horen, niets te weten van de wet, of van de werken, dan alleen dit te weten en te geloven, dat Jezus Christus is opgevaren naar de Vader, en niet meer gezien wordt; dat Hij in de hemel troont aan de rechterhand van Zijn Vader als onze Hogepriester waar Hij voor ons pleit, over ons en in ons regeert door genade. Degene die afdwaalt van deze christelijke rechtvaardigheid moet zich wel schikken naar de rechtvaardigheid van de wet; dat wil zeggen, wanneer hij zijn geloof in Christus kwijt is, hij terug moet vallen op zijn vertrouwen op zijn eigen goede daden. Maar wanneer ik de christelijke rechtvaardigheid mijn hart laat regeren, doe ik goede werken, hoe en waar de gelegenheid zich ook voordoet. Wie overtuigd en verzekerd is dat alleen Jezus Christus zijn rechtvaardigheid is, doet niet alleen zijn dagelijks werk goed en ook opgewekt en met blijdschap, maar onderwerpt zich ook aan allerhande lasten, en gevaren behorend tot het hedendaagse leven, want hij weet dat dit de wil van God is en dat deze gehoorzaamheid Hem behaagt.
Maarten Luther (1483-1546) was een Duitse protestantse predikant en professor in de theologie. Luther is in 1506 ingetreden als Augustijner monnik. Hij ontving het sacrament van de priesterlijke inwijding in 1507. Nadat hij aan de Universiteit van Wittenberg was benoemd tot hoogleraar in de moraaltheologie ontwikkelde hij zich tot één van de leiders van de Reformatie in het Duitse Rijk. Op 31 oktober 1517 publiceerde Luther zijn vijf en negentig stellingen op de deur van een kerk in Wittenberg. Dit was één van de eerste beginselen van de Reformatie. Zijn weigering om op verzoek van paus Leo X en keizer Karel V zijn geschriften in te trekken, resulteerde in zijn excommunicatie. Luther schreef vele werken, waaronder zijn kleine en grote catechismussen. Hij preekte honderden keren in kerken en universiteiten. Bron: Commentary on Galatians, translated by Erasmus Middleton (Grand Rapids: Kregel, 1979), xv–xviii. Verder lezen “Election” and “Repentance” in Concise Theology, by J. I. Packer.

Gebed Kinderen

Heer, wij danken U dat er zoveel genade in Uw hart is voor Uw volk. Bij U is er hoop, genade en verlossing. U, de God van de waarheid, bent ons leven en onze heerlijkheid in der eeuwigheid. Maar zelfs hoewel we in u geloven, laten we toch door het leven dat we leiden aan anderen zien hoe weinig wij U in ons harten meedragen. Heere, wij bidden U wilt U ons helpen om ons hele leven liefde voor en dankbaarheid aan U te tonen. En wij bidden dat de glorie van Hem die ons gered heeft, en ons uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, aan anderen bekend zou worden gemaakt. Amen.
Ja, zodat wij in onze levenswandel liefde en dankbaarheid mogen tonen aan God; zodat door ons godvruchtig gedrag anderen gewonnen mogen worden voor Christus.
    Deel vraag en antwoord met uw vrienden.
    Vorige vraag Q34 Vorige vraag
    Vorige vraag