Wat eist God in het negende en tiende gebod?


In het negende, dat we niet liegen of bedriegen, maar in liefde de waarheid spreken. In het tiende dat we tevreden zijn, niet jaloers of misgunnend wat God aan hen of ons gegeven heeft.


Jakobus 2:8

Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naasten liefhebben als uzelven, zo doet gij wel;

Gebed Volwassenen

Almachtige God, Die de Vader der lichten bent en Die heeft beloofd door Uw geliefde Zoon dat allen die Uw wil doen, Uw waarheid zullen kennen: geef mij de genade om zo te leven dat ik door de dagelijkse gehoorzaamheid dagelijks mag groeien in het geloof en in het begrijpen van uw heilig Woord , door Jezus Christus onze Heer. Amen.
C. S. Lewis (1898–1963) was schrijver en leraar in de Engelse literatuur aan de universiteit van Oxford en later ook aan de universiteit te Cambridge. Lewis schreef diverse soorten literatuur, zoals commentaren, kinderboeken, (non-)fictie en theologie. Zijn meest bekende werken zijn Onversneden Christendom, Brieven uit de hel en de Kronieken van Narnia. Mede als gevolg van gesprekken met gelovige collega's van de universiteit te Oxford, o.a. met J.R.R. Tolkien, bekeerde hij zich tot het christendom. Lewis keerde na zijn bekering terug tot zijn anglicaanse wortels in de Engelse kerk.
Bron: een brief aan Mrs. Sonia Graham die Lewis gevraagd had om een gebed, geschreven vanuit het Magdalen College, 18 maart 1952, in Letters of C. S. Lewis , bewerkt door W. H. Lewis (Orlando: Harcourt, 1966), 419.

Commentaar

U zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Nu, zeer genadige God, onderwijst U mij in dit gebod hoe ik mijn tong moet gebruiken ten opzichte van mijn naaste en hoe ik me moet gedragen wat zijn naam betreft en verbiedt U mij een valse getuigenis te speken; hierin verbiedt U mij allerlei soorten laster, leugen, huichelarij en onwaarheden te spreken. En waarom? Omdat U wilt dat wij, als "leden van één lichaam", de waarheid zullen spreken tegen elkaar, elkaars zwakheden zorgvuldig zullen bedekken en met onze tong de naam van de ander zullen verdedigen, net zoals wij willen dat iemand anders onze naam verdedigt: in dit gebod, verbiedt U mij dus allerlei kwaad – een spreken dat een ander in gevaar brengt, belasterd of onwaarheden bevat – en gebiedt U mij allerlei godvruchtige, eerlijke en waarachtige woorden te spreken. .... O wat een groot goed is dit voor mij! Als we letten op de pijn die voortvloeit uit het spreken van onwaarheden en van woorden waardoor velen misleid worden, dan is het makkelijk en mooie Uw weldaad en Uw zorg voor ons te zien in dit gebod. U zult niet begeren .... Zeer genadige Heere God, hier geeft U mij het laatste gebod van Uw wet, die mij heeft geleerd welke uiterlijke daden ik moet vermijden, dat ik niet daarmee mijn naaste beledig of ruïneer zoals gebeurt bij moord, overspel, diefstal en vals getuigenis; nu leert U mij een regel voor mijn hart, om te vragen naar die bron waaruit de overvloed van al onze werken en woorden voortvloeit, dat ik niet zal begeren enig ding dat van mijn naaste is. Hierdoor ik weet dat, als hij een mooier huis heeft dan ik, ik het niet mag begeren; al heeft hij een mooiere vrouw dan ik, dat ik haar niet mag begeren… Ik mag niet begeren om zijn os te hebben, noch zijn ezel, nee zelfs niet zijn hond of het kleinste wat hij in zijn bezit heeft. Zoals U in de andere geboden alle onrecht en kwade praktijken tegen mijn naaste heeft verboden, zo geeft U mij nu de opdracht om op je hoede te zijn om geen enkele kwade gedachte tegen hem te hebben… De apostel zei het goed toen hij ons onderwees en zei: “Werpt al uw bekommernis op God, want Hij zorgt voor u." Het is waar, ik ervaar dat het waar is: U dus "geeft om ons," en U wilt dat we "om elkaar geven.
John Bradford (1510–1555) was een Engelse protestantse reformator. Bradford studeerde aan de universiteit van Cambridge en werd benoemd tot koninklijke kapelaan van koning Edward VI. Toen de katholieke Mary Tudor op de troon kwam, werd hij samen met Latimer, Ridley en aartsbisschop Cranmer gearresteerd. Bradford had een grote reputatie als prediker en een grote menigte kwam naar zijn executie. Hij wordt het meest herinnerd om zijn statement: “There but for the grace of God goes John Bradford” (d.w.z. Daar gaat John Bradford, maar slechts omwille van de genade van God). Sommige van zijn werken werden geschreven vanuit de gevangenis, onder meer brieven, vermaningen, lofredes, meditaties, preken, en essays.
Bron: “Godly Meditations: A Meditation upon the Ten Commandments” in The Writings of John Bradford bewerkt door Aubrey Townsend (Cambridge: University Press, 1868), 170–172.
Nadere informatie: “Oaths and Vows” en “Antinomianism” in Concise Theology door J. I. Packer.

Gebed Kinderen

Almachtige God, geef ons genade om elke dag voor U te leven en help ons door dagelijkse gehoorzaamheid te groeien in het geloof en in de kennis van Uw heilige Woord. Door Jezus Christus onze Heer. Amen.
In het negende, dat we niet liegen of bedriegen. In het tiende dat we tevreden zijn, niet benijdend.
    Deel vraag en antwoord met uw vrienden.
    Vorige vraag Q12 Vorige vraag
    Vorige vraag